Gele kwikstaart (Motaccila flava flava)

mannetjevrouwtje

De gele kwikstaart siert vooral onze kruidenrijke weilanden maar door het verdwijnen van deze graslanden dreigt deze kwikstaart te verdwijnen. Vooral het mannetje is een prachtige vogel, zijn voorzijde is kanariegeel met grijze kop en een lichte wenkbrauwstreep. Het wijfje is veel valer maar daarom niet minder mooi. Vaak zien we ze in het weiland op een hek of ander hoog punt, meestal roepend. Het nest met de meestal vijf of zes eitjes wordt in een kuiltje op de grond gebouwd, is stevig en diep en gevoerd met wol en haar. Hoewel de nestjes zeer moeilijk te vinden is heb ik er in de loop der jaren toch een aantal gevonden waaronder een met een jonge koekoek. De gele kwikstaart kan in het hele land voorkomen behalve in bosrijke gebieden. Talrijker zijn ze in de ijsselmeerpolders en vroeger in de uiterwaarden maar daar is een duidelijke teruggang te constateren. Overwinteren doen ze in tropisch Afrika en ze trekken in het najaar nog tot in november door.